Naar de inhoud

Leesgids · Doel 11 · Duurzame steden

De Hond die Woef zei

6 tot 14 jaar

Een gratis leesgids voor gezinnen en leerkrachten: vragen per leeftijd, woorden en activiteiten.

Omslag van De Hond die Woef zei

Over het verhaal

Geschreven door David Fernández Sifres (Premio Barco de Vapor) · Geïllustreerd door Cecilia Varela

De Hond die Woef zei is boek 11 van de zeventien Eco Heroes-prentenboeken, één voor elk duurzaam ontwikkelingsdoel van de VN, en hoort bij Doel 11, Duurzame steden en gemeenschappen. Het is geschreven door David Fernández Sifres en geïllustreerd door Cecilia Varela; de Engelse uitgave heet The Dog that Said Woof. Jin, het nieuwe hondje van Abril, haalt nooit kattenkwaad uit. Aan de andere kant van de oceaan zien de jonge Majora Carter en haar vriend Mathew de honden van de Bronx verdwijnen in een geheimzinnige berg afval. Voor een kind is dat een hoopvol beeld: de straat waar je woont is niet af, hij kan veranderen, en jij mag meedenken. Het boek is een goed begin voor een wandeling door de eigen buurt met een kritische blik. Deze gids geeft gespreksvragen in drie leeftijdsgroepen, een woordenlijst, drie activiteiten met papier en een wandeling en de koppeling met het VN-subdoel en het cijfer op de doelpagina. Het boek maakt deel uit van de ledenbibliotheek.

Thema’s om over te praten

  • een stad kan genezen
  • van fabriek naar tuin
  • een straat voor kinderen, ouderen en dieren
  • een veilig dak voor iedereen
  • wandelen en kijken

Vragen om te bespreken

6 tot 8 jaar

  1. Waardoor voelt een straat voor jou veilig en vriendelijk? En waardoor voelt hij onveilig?
  2. De vrouw en haar hond lopen langs de rivier. Waar wandel jij het liefst? Wat zie je daar?
  3. Waar in jullie buurt kun je spelen? Is daar een bankje, een boom, water?
  4. Wat zou een hond in jullie straat fijn vinden, en wat niet?

9 tot 11 jaar

  1. Waar fabrieken stonden, zijn nu tuinen en bankjes. Wat moest er allemaal gebeuren om dat voor elkaar te krijgen, en wie deed dat?
  2. Het verhaal noemt een stad een levend wezen. Wat heeft een stad dan nodig om gezond te blijven?
  3. 1,16 miljard mensen wonen in sloppenwijken of informele nederzettingen. Wat ontbreekt daar volgens het VN-subdoel: water, sanitair, veilige gebouwen, een zeker dak?
  4. Als je drie dingen in jullie straat mocht veranderen voor kinderen, ouderen en dieren, welke zouden dat zijn?

12 tot 14 jaar

  1. Subdoel 11.1 belooft tegen 2030 veilige en betaalbare huisvesting en basisvoorzieningen voor iedereen, en het verbeteren van sloppenwijken. Waarom staat er verbeteren en niet afbreken?
  2. Subdoel 11.2 vraagt om veilig en betaalbaar vervoer. In 2025 had 61,5 procent van de stadsbewoners makkelijk toegang tot openbaar vervoer, tegen 53,2 procent in 2020. Wat betekent een bus die niet komt voor school, werk en vrienden?
  3. Ongeveer een kwart van alle stadsbewoners woont in een sloppenwijk. Waarom trekken mensen toch naar de stad, ook als er geen goede woning op hen wacht?
  4. Een stad die geneest: wie beslist in jouw gemeente over een nieuw park of een nieuwe weg, en hoe kan een jongere daar invloed op hebben?

Woorden om te leren

duurzame stad
Een stad met schone lucht, veilige straten, groen, goed vervoer en huizen die iedereen kan betalen.
gemeenschap
De mensen die een buurt of een stad delen en samen zorgen dat die werkt.
sloppenwijk
Een wijk waar mensen in zelfgebouwde huizen wonen, vaak zonder schoon water, toilet of een zeker dak.
informele nederzetting
Een woonwijk die is ontstaan zonder toestemming of plan, waar bewoners vaak geen recht op hun grond hebben.
huisvesting
Een plek om te wonen; het doel wil dat die veilig en betaalbaar is.
basisvoorzieningen
Wat elk huis nodig heeft: water, een toilet, stroom en afvalophaal.
openbaar vervoer
Bussen, trams, metro's en treinen die iedereen tegen betaling mag gebruiken.
genezen
Beter worden na schade of ziekte; in het verhaal ook een stad die weer gezond wordt.
fabriek
Een gebouw waar met machines dingen worden gemaakt; vroeger stonden er veel langs rivieren.

Activiteiten

30 minuten

Ontwerp je straat opnieuw

Materiaal

  • een groot vel papier
  • kleurpotloden
  • een wandeling of een blik uit het raam

Stappen

  1. Teken een kaart van de straat rond jullie school of huis: huizen, stoep, weg, bomen, bankjes, oversteekplaatsen.
  2. Voeg drie veranderingen toe die de straat beter maken voor kinderen, ouderen en dieren. Teken ze in een andere kleur.
  3. Vergelijk de kaarten met elkaar: welke ideeën komen vaker terug?
  4. Kies één idee dat weinig kost en bedenk aan wie jullie het zouden kunnen voorstellen: de school, de buren, de gemeente.
  5. Hang de kaarten een week op en voeg toe wat jullie nog opvalt.

30 minuten

Vroeger en nu

Materiaal

  • papier
  • potlood
  • iemand die de buurt lang kent: een buurvrouw, een opa, een leerkracht die er al lang werkt

Stappen

  1. Vraag iemand die lang in de buurt woont hoe de straat er vroeger uitzag: wat stond er, wat is weg, wat is erbij gekomen?
  2. Teken twee tekeningen naast elkaar: de straat van toen en de straat van nu.
  3. Zet een plusje bij wat beter is geworden en een minnetje bij wat slechter is geworden.
  4. Praat erover of jullie straat aan het genezen is, net als de rivier in het verhaal, of juist niet.

20 minuten

De wandeltest

Materiaal

  • papier
  • potlood
  • een wandeling met een volwassene

Stappen

  1. Loop samen een rondje door de buurt en kijk als een kind of een hond: waar kun je zitten, drinken, spelen, schuilen, veilig oversteken?
  2. Geef elke plek een lachend, neutraal of fronsend gezichtje op je lijst.
  3. Tel thuis de gezichtjes. Waar scoort de buurt goed, en waar niet?
  4. Bedenk voor de slechtste plek één kleine verbetering, en één grote.

De link met SDG 11

Doel 11 wil steden en gemeenschappen die veilig, gezond en duurzaam zijn. Subdoel 11.1: tegen 2030 toegang voor iedereen tot geschikte, veilige en betaalbare huisvesting en basisvoorzieningen, en sloppenwijken verbeteren. Subdoel 11.2 vraagt om veilig, betaalbaar en duurzaam vervoer voor iedereen. Het cijfer op de doelpagina: 1,16 miljard mensen wonen in sloppenwijken of informele nederzettingen, ongeveer een kwart van alle stadsbewoners (24,8 procent in 2024; SDG-rapport 2026 van de VN). De Hond die Woef zei laat zien hoe een stad er ook uit kan zien: genezen, groen en gedeeld.

Alles over SDG 11: Duurzame steden →

Veelgestelde vragen

Voor welke leeftijd is De Hond die Woef zei?

Om voor te lezen vanaf ongeveer 6 jaar, om zelf te lezen tot ongeveer 14. De gespreksvragen staan in drie leeftijdsgroepen, 6-8, 9-11 en 12-14. De wandeltest kan al met de jongsten; de kaart van de straat werkt in elke klas.

Hoe lezen we het boek?

De Hond die Woef zei is inbegrepen bij een gezins- of schoolabonnement van Eco Heroes en wordt in de browser gelezen, op telefoon, tablet of laptop. De uitgaven zijn Engels, Spaans, Frans, Duits, Italiaans, Portugees, Catalaans en Deens; wie Nederlands kiest, leest de Engelse uitgave, The Dog that Said Woof. Deze gids, de site, de spellen, de quiz, de video's en de lesplannen zijn in het Nederlands.

Waar komt het cijfer van 1,16 miljard vandaan?

Van de pagina over Doel 11 op deze site, die The Sustainable Development Goals Report 2026 van UN DESA citeert, met de cijfers zoals gepubliceerd in juli 2026. Als de doelpagina wordt bijgewerkt, werken we ook deze gids bij.

Lees het hele boek

‘De Hond die Woef zei’ staat in de Eco Heroes-bibliotheek voor leden met een gezins- of schoolabonnement. Deze gids is openbaar: gebruik hem vrij thuis of in de klas.